Amsterdam, 12 juni 2026
Lieve Cécile,
Voor je dertigste verjaardag wil ik je graag iets persoonlijks meegeven. Iets waar ik opvallend vaak aan denk. En omdat het enorm snobistisch is om in een verjaardagsbrief iets in het Latijn te zeggen, leek me dat een uitstekend begin. Dan weet je meteen weer met wat voor vriendin je hier te maken hebt.
Het gaat over homo ludens.
De spelende mens.
Het klinkt heel Latijn, maar het is eigenlijk een oer-Hollands filosofisch concept. Het werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog bedacht door cultuurfilosoof Johan Huizinga en beschrijft een mensbeeld waarin de mens in de eerste plaats wordt gezien als een wezen dat speelt.
En dan niet spelen als in: een beetje onbenullig aanklooien omdat je toevallig niets beters te doen hebt. Nee, het is veel groter, belangrijker en serieuzer dan dat. Spelen raakt aan de essentie van mens-zijn. Aan de manier waarop we betekenis geven aan het leven. Aan verbinding met elkaar. En wat is er nou belangrijker dan dat?
Voor mij zit daarin de onbevangenheid van ontdekken. Openstaan voor nieuwe ervaringen. Creativiteit, energie, vrijheid. De elegante rebellie om de wereld niet alleen te nemen zoals hij is, maar er iets aan toe te voegen. Een grap. Een verhaal. Een zijspoor. Een avontuur. Een compleet ontspoorde e-mailwisseling.
Spelen is essentieel. En echte vriendschap is een vrijplaats voor spel.
Het mooiste spel ontstaat precies op de grens tussen speelsheid en ernst. Tussen ergens vol voor gaan en jezelf ondertussen niet al te heilig verklaren. Tussen discipline en joie de vivre.
En precies daarom, Cécile, doet homo ludens mij meteen aan jou denken.
Want jij hebt iets zeldzaams. Je bent slim, scherp en opmerkzaam, maar nooit op een koude of afstandelijke manier. Je kunt dingen analyseren, doorzien en benoemen, maar je behoudt altijd iets onbevangens. Alsof je diep vanbinnen weet dat het leven serieus is, maar dat je het pas echt goed leeft als je er ook mee durft te spelen.
En dat zie ik ook in jouw humor. Die zit niet in makkelijk scoren of harde grappen, maar in observatie, timing, een blik, een terloopse opmerking. Precies dat ene zinnetje waardoor ik denk: ja, daarom wil ik naast jou zitten. Op elk diner. In elke trein. En op elke willekeurige sociale gelegenheid waar we ons allebei eigenlijk net iets te goed voor voelen.
Wij kennen elkaar al van de basisschool in Deventer, de koekstad. Maar we leerden elkaar pas echt goed kennen op de middelbare school, na een gevecht, toen we samen een roombroodje gingen halen.
Sommige vriendschappen beginnen met een goed gesprek.
Die van ons begon met een goed gevecht.
Vanaf dat moment huppelden we door school als twee hofnarretjes op zoek naar kattenkwaad. Altijd klaar om te keten. Altijd met het idee dat de dag pas echt geslaagd was als er ten minste één volwassene heel vermoeid naar ons had gekeken. Dan waren wij heel gelukkig.
Vroeger zaten we ook regelmatig in de kelder van je ouders, waar we op de PlayStation 3 van Pascal Call of Duty: Black Ops speelden. Dat deden we vol overgave. Met veel bravoure. En, laten we eerlijk zijn, met aanzienlijk minder talent dan Pascal. Hij speelde het spel.
Wij waren vooral aanwezig in het spel.
Helaas meestal als doelwit.
In die periode ontstonden ook allerlei side quests waar we zelf vaak al om moesten lachen nog voordat we ze hadden uitgevoerd. Een carnavalslied dat nog steeds niet het juiste publiek heeft gevonden. Een gedicht over de scheikundelerares dat werd geconfisqueerd. En waarna we bij een van het lachen rood aangelopen teamleider of rector moesten aanhoren dat dit in ons dossier werd gezet.
En onlangs vond ik in mijn e-mail een mailwisseling terug die begon toen jij in 2012 met je familie in China was. Je had geen wifi en stuurde een reisverslag over de Verboden Stad. Die mail begon heel sterk, met:
"De eerste dag zijn we naar de lama tempel en de verboden stad geweest, van die film die iedereen minstens 387 keer met geschiedenis heeft gezien, zegt The Last Emperor je iets? Zo niet, dan is er echt iets mis met je."
En even later schreef je:
"Ik hoop dat jij het ook leuk hebt daar in Deventer. Mail me snel terug, ik snak naar contact met de buitenwereld."
En dat deed ik. Ik mailde snel terug.
En voor we het wisten, ontpopte dit zich tot een jarenlange e-mailwisseling over twee mensen die niet bestonden. Twee volledig fictieve figuren die de meest idiote dingen meemaakten. Van het verpesten van trouwerijen tot het verkopen van kwalitatief laagstaand jakbont.
De laatste mail, van jouw pen, in 2022, was erg kort. En luidde:
"Heb niet veel tijd om deze mail te sturen, word in de gaten gehouden.
Hoop dat alles goed met je gaat.
Gr,
Je Majoor"
Hoewel dit voor ons misschien grappiger is dan voor wie dan ook, laat het precies zien wat onze vriendschap voor mij is.
Het is niet alleen maar een berg onzin op papier knallen. Het is een gedeelde wereld. Een plek waar alles net iets absurder, vrijer en geestiger mag zijn dan in het gewone leven. Een vrijplaats voor spel.
Echte vriendschap is een plek waar je jezelf niet hoeft te verklaren of te verdedigen. Waar je mag lachen om iets wat niemand anders grappig vindt. Waar je samen het leven onderzoekt en jezelf en elkaar steeds beter leert kennen, juist binnen die speeltuin van absurditeit.
Waar je elkaar serieus neemt, juist omdat je ook samen totaal a-serieus kunt zijn.
En die combinatie van speelsheid en ernst breng jij eigenlijk in alles. In onze vriendschap, maar ook in hoe je door het leven beweegt. Je fietst, rent, zwemt, doet triatlons en ultraruns, maar het gaat verder dan sport. Jij beweegt ook als mens. Nieuwsgierig, gedisciplineerd, krachtig, maar nooit star. Met richting, maar ook met ruimte.
Dat bewonder ik enorm aan jou.
Er zijn genoeg mensen die met de jaren verstandiger worden en hun sprankel ergens tussen de bedrijven door kwijtraken. Maar jij ontplooit je juist. Je wordt verstandiger zonder je vuur te doven. Scherper, maar niet harder. Volwassener, maar niet minder vrij.
En Cécile, ik ben ontzettend dankbaar dat jij in mijn leven bent. Ik weet oprecht niet wat ik zonder jou zou moeten. Jij bent voor mij een van die zeldzame mensen bij wie het leven lichter wordt zonder minder belangrijk te voelen. Bij wie ik kan lachen, denken, zeuren, groeien en verdwalen. Iemand met wie ik nooit uitgepraat raak, terwijl we ondertussen ook urenlang in stilte naast elkaar kunnen zitten.
Dat ik onderdeel van jouw leven mag zijn, en dat ik al die jaren van deze vriendschap heb mogen meemaken, voelt als een enorme rijkdom.
Dus toen ik nadacht over een cadeau voor jou, dacht ik: wat geef je iemand die voor mij de levende vertolking is van homo ludens? Iemand die het spel des levens door en door begrijpt. Iemand die altijd onderweg is, letterlijk en figuurlijk. Iemand met genoeg energie om halve steden door te fietsen.
Dan geef je haar natuurlijk een spel.
Een spel dat met heel veel liefde speciaal voor jou is gebouwd. Een spel waarin jij door Amsterdam fietst en onderweg allemaal elementen tegenkomt uit je eigen leven. Je verhalen, je herinneringen, je muziek, je sportiviteit, je vrienden. Alles wat erin zit, zit erin omdat het bij jou hoort.
Een klein universum voor jou.
Een digitale ode aan de spelende mens.
Aan de spelende Cécile.
Om samen, met z'n allen, te spelen.
Lieve Cécile, op jouw dertigste verjaardag proost ik op jou. Op je scherpte, je humor, je intelligentie, je ontwikkeling, je levenslust en je vermogen om van het leven steeds opnieuw iets te maken dat de moeite waard is om in mee te spelen.
Cécile et Estée in perpetuum una ludunt
Bigi bosi op jouw bigi jari
Estée